Verdronken geschiedenis

 

Een gedicht over de watersnoodramp van 1953.

 

 

Er waait een wind over het land

Een koude wind vol grijze kleuren

Er gaat een adem over het zand

Vol van stemmen, voorbije geuren

Er klinkt een roep, van over ’t water

Van verzonken dorpen, verdwenen gras

Er zingt een stem vanuit de baren

Een klaagzang, om wat ooit was

 

En in de verte luiden de klokken

Stijgen op uit de zilte zee

En wij vragen aan de grijze wolken

Waarom nam zij ’t leven mee?

Waarom kon zij hen niet bewaren

Als kinderen aan haar golvende borst

Waarom liet ze alles varen

bedekte ’t land met haar eeuwige dorst?

 

Stille dorpen, verdronken leven

Dat wat was, is nu niet meer

Maar de wind, die is gebleven

Vertelt hun verhalen, elk jaar weer.

 


 

Dit gedicht is gepubliceerd:

 

Stoof, A. (2010). Verdronken geschiedenis. Balustrada, 24, p. 55.