Sammie

 

Hoe het voor een klein jongetje is om in een ziekenhuis te zijn

 

 

Een torenhoog, grijs gebouw

de hemel drukt en dreigt

Ik aarzel maar voel heel nauw,

hoe jij je troostend

tegen mij vlijt.

 

Rode sokken aan je voeten

en je zachte oren

licht naar mij gebogen

en de stof zo dun

als mijn eigen huid.

 

Heel zeker meen ik te weten:

jouw zijn gaat nooit uit

het licht in je bruine konijnenogen

om alle dagen te schijnen.

En hoe meer jij mij omknelt

hoe meer het grijze zal verdwijnen.

 

Daar, die man,

dat moet een dokter zijn

en rode sokken heeft hij niet

en het licht in jouw ogen ziet hij niet

en jij fluistert in je konijnentaal:

Hij daar, hij weet het niet

hij is het vergeten, allemaal.

 

Op de tafel een serie soortgenoten

zachte giraffen en prachtige poppen

dinosaurussen met rode poten

een levende wereld vol van

licht dat voor altijd schijnt.

 

Dan fluister jij me toe

om hem de hand te reiken

en terwijl ik hem echt leer kijken

vertel jij dat niemand

sterft en echt verdwijnt.