Dichter bij het water

 

’t Was het water dat mij riep

sprak over verhalen uit een ver verleden

en ik stroomde weg vanuit het heden

onder instemmend knikken van de oude iep

 

Aldus verdwenen hoorde ik wat mensen deden

hoe hun levensstroom lang geleden liep

en aldoor was ‘t water, oppervlakkig of diep

de kalme ontvanger van al hun gebeden.

 

Een vogel klonk, ik opende mijn ogen

en zag de iep daar glimlachend staan

met rode bladeren die in de zon bewogen

 

Ik blikte langs de vertrouwde bomenlaan

en zag, in de welving van ‘t water gebogen

mijn verhaal in de tijdloze verte gaan.