Demeter en Persephone

 

Of: Het lied der seizoenen

 

 

Dit is mijn eigen hervertelling van de Griekse mythe over Demeter en Persephone. Ik schreef hem indertijd voor de cursus 'Het oervrouwelijke als bron van kracht'; een cursus voor vrouwen met verlieservaringen. Ik heb het verhaal zodanig geschreven dat een aantal archetypische beelden zo sterk mogelijk tot uitdrukking komen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de rouwende Demeter; de Demeter die opstaat en zich reinigt; de ontmoeting met Baubo, waardoor Demeter haar levenskracht hervindt; en het verblijf van Persephone in de onderwereld en haar ontwikkeling tot een sterke, wilskrachtige koningin van de onderwereld die de geheimen van het duister kent. Vrijwel alle onderdelen van het verhaal zijn gebaseerd op informatie uit historische en hedendaagse bronnen. 

Zie ook de verantwoording onderaan het verhaal.

 

 

Persephone was de lieftallige dochter van Demeter, de korengodin. Persephone was onschuldig als een lam, met een blanke huid en ranke handen, met loshangend haar dat wuifde als rietpluimen en ogen blauw als korenbloemen. Waar zij liep, begonnen vogels te zingen en brak de zon door. Al het leven op aarde hield van haar. Maar ook Hades, de heerser van de duistere onderwereld had haar lief. Reeds lang vertoefde hij in zijn schimmige en mistige woonplaats, die onder de diepste diepten der aarde was. En zijn donkere hart was opgesprongen toen hij de lieflijke stem van Persephone hoorde zingen, en hij wenste haar als zijn bruid.

Hades overlegde met Zeus, die de heer van alle goden was en de vader van Persephone, en sprak zijn hartewens uit. Voor Zeus was er veel aan gelegen de band met de machtige Hades te behouden, en stemde daarom toe. Hades keerde terug naar zijn woonstee, maar wilde geen moment langer wachten om het licht van Persephone bij zich te hebben. Hij vreesde echter dat de lieflijke Persephone niet zou toestemmen in een verbintenis, en daarom verzon hij een list. En hij plantte zijn doodsbloem, de narcis, tussen de lentebloemen in een weide.

Niet lang daarna kwam Persephone daar, tezamen met een schare vriendinnen, om te dansen en te zingen en bloemen te plukken. Op een gegeven moment dwaalde Persephone af van haar vriendinnen, en liep naar een plek waar heerlijke geurende bloemen stonden. En daar zag zij de narcis, een bloem die zij nimmer had aanschouwd. De bloem geurde en lokte haar, en zij boog zich voorover en plukte de bloem. Op dat moment spleet de aarde vaneen en stormde Hades naar boven, op zijn zwarte strijdwagen die werd getrokken door vier zwarte paarden. Met zijn grote gehandschoende hand greep hij Persephone om haar middel, sleurde haar in zijn strijdwagen en verdween in de spleet die zich ogenblikkelijk weer sloot.

Dit alles gebeurde in een fractie van een seconde, en niemand had gezien wat er gebeurd was. Niemand, behalve Helios, de allesziende god van het licht, en Hecate, zij die in het duister kon zien. En het werd stil op aarde. Grijze wolken pakten zich samen, en de vogels stopten met zingen. Er viel een schaduw over de aarde, en er kwam een diepe onrust onder hen die de aarde bevolkten.

 

Ondertussen zat Demeter aan de rivier en weefde een kleed voor Persephone, die zij innig liefhad. Toen schoof er een wolk voor de zon en een schaduw viel over haar gezicht, en vrees kwam in haar hart. Ze legde het werk waar ze mee bezig was opzij, en stond langzaam op. Ze legde heel haar ziel in haar stem, en riep luid om haar dochter. Haar roep snelde op vleugels over het land, maar vond geen weerklank. Persephone was verdwenen. Demeter zakte op haar knieën, haar ogen groot en radeloos, en haar hart werd omspoeld door verdriet. Bevend zette ze zich op een steen, die zwart kleurde. En het heldere water van de rivier stopte met stromen.

Toen de avond viel, stond Demeter met gebogen schouders op en verborg zich in een diepe grot. Ze at niet, dronk niet, en hulde zich in zwarte gewaden, en in de lange tijd die daarop volgden, vergaten de mensen dat er ooit een stralende korengodin bij de rivier had gewoond. Als zij het over haar hadden, spraken zij over ‘de zwarte’ die in de grot leefde. En omdat zij aldus de aarde haar zegen onthield, verdorden de velden en bleven de akkers leeg en vruchteloos. Er was een grote hongersnood onder de mensen, die zich in vertwijfeling op de aarde wierpen en smeekten om voedsel.

Op één van de lange, donkere dagen in de grot, hoorde Demeter een geluid. Het deed haar denken aan de roep van een kind, en die herinnering maakte dat er een trilling van leven in haar hart was. Nog eens hoorde zij de klagende roep, en langzaam stond zij op, met knieën die vergeten waren hoe het was om zich te strekken en een rug die vergeten was hoe het voelde om zich te rechten. Met onzekere tred liep zij in de richting van het geluid, en kwam zo bij de opening van de grot. Het licht dat daar was verblindde haar, en daarom sloot ze haar ogen en liep met naar voren gestrekte armen verder, tot ze bij de bron van het geluid kwam. Ze knielde, en voelde met haar handen. Daar, onder een steen, voelde zij iets dat zacht en warm was. Toen herkende zij de roep, die niet van een kind was, maar van een gans, die onder de steen vastzat. Voorzichtig opende ze haar ogen en liet het licht binnen. Daar, bij haar bleke handen, zag ze een witte gans, onder de steen die Demeter in haar verdriet zwart had gekleurd. Demeter greep de steen en wentelde hem van de gans af, die opsteeg en na drie cirkels boven haar gevlogen te hebben in de verte verdween. Toen de roep van de gans voor het laatst klonk, als een echo uit een onbekend land, was er een borrelend geluid in de aarde, daar waar de steen gelegen had. Een water baande zich naar boven, vanuit een ongeziene bron, en de rivier, die daar altijd was geweest, begon weer te stromen, een smalle stroom van koel en helder water.

Demeter waste haar witte handen, en boog zich voorover om ook haar gezicht te wassen. Verkwikt door het koele water, legde zij haar zwarte gewaden af en baadde zich geheel in de heldere rivier. Haar huid kreeg een rossige kleur, als de vroege morgenlucht of de late avondlucht, haar ogen begonnen te stralen en in haar handen was een koude tinteling van leven. Ze rees op, hulde zich in haar koninklijke gewaad, ontstak twee gouden fakkels, en deed zichzelf een eed dat ze haar geliefde dochter zou vinden.

 

Met woeste tred ging Demeter de wereld over, op zoek naar haar dochter. Waar zij kwam, beefde de aarde, verloren de bomen hun blad, en trilde het weinige koren uit de halmen. Aan eenieder die zij tegenkwam vroeg zij, of zij haar dochter gezien hadden. Maar niemand kon vertellen waar Persephone was. Tot zij op een dag de donkere Hecate ontmoette. Deze kon haar vertellen dat zij de noodkreet van Persephone had gehoord, in haar ziel, en dat zij ontvoerd was en nu in het duister vertoefde. Maar Hecate, die in de geheimen van de nacht keek, had niet alles gezien, en samen gingen zij naar Helios, de lichtende. En hij vertelde hen over de ontvoering van Persephone door Hades.

Demeter huilde, schreeuwde en balde haar vuisten tot de nagels in haar lieflijke vlees stonden. Woest was zij, op Hades, en op Zeus, de vader van haar spruit, die had toegestemd in de schaamteloze ontvoering. In haar ontzagwekkende woede sloeg Demeter de mensheid met een onvoorstelbare onvruchtbaarheid. De schoten van de vrouwen bleven leeg als dorre velden, kinderen zogen aan droge borsten en de mensheid kwijnde. Zeus, die de heer van alle goden was, stuurde haar boodschappers met de smeekbede of zij haar woede niet van zich af kon leggen, en wees haar op haar taak als korengodin, als beschermster van al wat leefde. Hij beloofde haar eeuwige eer en de gaven van alle goden. Maar Demeter, woest dat Zeus niet zelf de boodschap had kunnen brengen noch spijt had betuigd over zijn aandeel in de verdwijning van haar innig geliefde kind, was niet van zins te gehoorzamen.

 

Demeter verborg zich onder de mensen, in de vermomming van een oude baker. Zo ontmoette zij de dochters van Celeus, die bij een bron water kwamen putten. De meisjes, in de bloei van hun leven, hadden te doen met de oude vrouw en vroegen haar mee te komen naar het huis van hun vader, die de koning van Eleusis was. Demeter stemde toe, en werd gastvrij onthaald door Metaneira, de moeder van de jonge maagden. Maar Demeter, vol met verdriet en woede, nam geen van de spijzen die haar werden aangeboden, noch proefde zij van de dranken die Metaneira haar aanreikte. Stil en in zichzelf gekeerd zat zij aan de voeten van Metaneira, als een stenen beeld. Metaneira zag verontrust toe, klapte toen in haar handen en vroeg haar dienaren om Baubo te halen.

Baubo kwam en keek in de ogen van Demeter, die nietsziende en levenloze ogen, en pakte haar harp. Terwijl zij haar vingers over de snaren bewoog, trilde er iets in Demeter’s hart en zij hief haar hoofd op. Baubo, aangemoedigd, begon te zingen en te dansen, eerst voorzichtig en daarna steeds uitbundiger. Metaneira en haar dochters klapten mee in hun handen, en dienstmaagden kwamen nabij om te aanschouwen wat er gebeurde. Steeds harder trok Baubo aan de snaren van haar harp, en steeds harder sprong en danste zij. Op het hoogtepunt van het lied smeet zij haar harp van zich af, tilde haar rokken op en toonde haar naakte lichaam. Daarop was een gezicht geschilderd, met haar borsten als ogen, haar navel als neus en boven het haar dat als een baard was, een mond. Met grote ogen keek Demeter naar wat Baubo haar toonde, en barstte toen in lachen uit. Zij greep haar buik beet, die schudde van het lachen, een lach die leven bracht. Tranen liepen over haar wangen, die later tranen van woede en verdriet werden. Baubo was naast haar, al die tijd, lachte en huilde met haar, en fluisterde onbetamelijke grappen in Demeter’s oor, waarop ze samen schuddebuikten van het lachen. En toen Baubo Demeter een beker met een zoete drank voorhield, sloeg Demeter deze niet af.

Demeter bleef, en zorgde voor Demophoon, de pasgeboren en ziekelijke zoon van Metaneira. Ondanks de vloek van Demeter, die alle zegen van het land en van de schoot van vrouwen weg hield, had de oude en onvruchtbare Metaneira hem het leven geschonken, maar haar borsten waren droog en Demophoon kwijnde weg. Demeter nam het kind onder haar hoede en stortte haar zegen over hem uit. Hij groeide op als koren in een vruchtbare akker, en werd een stralend kind met dik, gouden haar, met benen die stevig op de grond stonden.

 

Al die tijd was Zeus vertoornd en wrokkig om Demeter, die zich verborgen hield en de aarde kaal en leeg liet. Maar door het wonder van de gouden Demophoon vond hij de weerspannige godin tenslotte. En hij stuurde Hermes naar haar toe, de gevleugelde boodschapper met de zoete stem. Hermes sprak met haar, en bracht aan Zeus de boodschap over dat zij haar rechtmatige plaats slechts weer in zou nemen als zij met haar dochter herenigd was. Onder druk van de goden van de Olympus boog de grote Zeus eindelijk zijn hoofd en zond Hermes naar het rijk van de donkere Hades, om Persephone terug te voeren naar haar moeder.

 

Maar hoe was het Persephone vergaan in het schimmige rijk van de donkere Hades? Nadat de aarde zich boven haar gesloten had, raasde de strijdwagen van Hades zich omlaag, een oneindige weg door de diepste duisternis. De wind langs haar gezicht was koel en vochtig, als in een bemoste put. Er waren nevels die haar gouden haar met een grijze sluier bedekten, en spinrag kwam over haar hemelsblauwe gewaad. En zo voerde Hades haar mee, als zijn bruid, tot zij op de bodem van de aarde kwamen. Hades leidde haar uit zijn wagen, en toonde haar aan het volk waarover hij heer en meester was, de schimmen, de grijzen, de troostelozen. Hij sprak tot hen en zei hen de schone Persephone als hun heerseres te aanvaarden. En met één stem sprak de menigte en aanvaardde haar, en aldus verkreeg Persephone haar plaats in de onderwereld.

Hades nam haar mee naar zijn duistere woonstee, en bood haar eten en drinken aan. Maar Persephone weigerde, haar gezicht strak van verdriet om het verlies van haar moeder en haar leven. Zo zat zij, lange, lange tijd, bij een donker raam dat uitkeek op een zwart meer met grijze rietpluimen. Haar licht en haar lach waren verdwenen, en Hades was zeer misnoegd over zijn onwillige bruid. Maar zij was zijn gemalin, de heerseres van de onderwereld, en dit besluit kon niet ongedaan worden gemaakt. Hades bleef van haar weg, maar stuurde haar twee van zijn zwarte honden, die de geleiders in de onderwereld waren, in de hoop dat zij haar taak alsnog op zich zou nemen.

Persephone negeerde de honden, maar volhardend als zij waren, bleven zij in haar buurt, bewegend en levend in deze duistere wereld. Tenslotte stond zij zuchtend op en liet zich meevoeren door de zwarte honden. Zij toonden haar de mistige heuvels en de nevelige dalen, de donkere spelonken en duistere diepten, de contourloze schimmen tussen de zwarte bomen, en zij toonden haar de zwarte rivier, die de grens vormde met de bovenwereld. Zij toonden haar zelfs het geheime pad over de rivier, op een plek waar deze ondiep was. Persephone tuurde over het pad in de verte, maar haar hart was klein en angstig, en ze durfde niet verder te gaan. En daar, bij de zwarte rivier, sprak zij ook voor het eerst met één van hen, die de onderwereld bevolkten. Een dwalende schim was het, met een mistige stem en met kleurloze woorden. Daarna ontmoette zij meer van hen, en leerde hun troosteloze taal. Zo trok zij door de onderwereld, immer vergezeld door de twee trouwe honden.

 

Hades zag dit alles aan, en besloot opnieuw te trachten om haar voor zich te winnen. En hij ging naar de vertrekken van Persephone, en zette een schaal op tafel met daarin de zaden van een granaatappel. Persephone vond de schaal, en at van de zaden. Ze vulden haar met een onvoorstelbare kracht, als een boom die binnen één dag uit de aarde oprijst. Ze hief haar hoofd op, en de statige houding van de koningin die ze was, kwam over haar. Het licht  straalde uit haar, het donkere licht waarin alles kennis van de onderwereld was. Haar schimmige onderdanen brachten haar geschenken, en haar honden lagen aan haar voeten. Toen kwam Hades, en zij legde haar hand in de zijne en liet zich meevoeren naar haar troon die naast hem was.

Zo heersten zij over de onderwereld, zij aan zij. En zo vond Hermes hen, toen hij de boodschap van de machtige Zeus kwam brengen. Hij sprak met zijn zoete stem over de liefdevolle Demeter, en over haar innige wens om herenigd te worden met haar dochter. En Persephone herinnerde zich de zoetgeurende aarde, de koesterende zon, de heldere spiegeling in een beek. Zeer verlangde zij naar haar moeder, naar haar zachte armen en warme liefde. Maar daar, voor haar, was ook haar volk, dat haar smeekte te blijven. Daar waren haar geliefde honden, en voor haar lag de schimmige wereld die zij zo goed kende en waaraan zij haar kracht ontleende. Toen nam zij één van de zaden van de granaatappel in haar hand, en sprak: “Van deze zaden heb ik gegeten, en aldus ben ik gebonden aan deze donkere woonstee. Maar ik verlang zeer naar mijn moeder, en zou haar graag weerzien. Twee derde deel van het jaar zal ik bij haar zijn, en één derde deel van het jaar zal ik heersen in de onderwereld.” Zo sprak zij, en Hermes nam haar mee in zijn gouden wagen en bracht haar naar haar moeder.

 

Bij de hereniging van Persephone en Demeter schudde de aarde, trilden de bomen en brak de lucht open. Rivieren gingen stromen, zaden kwamen omhoog en verpulverden de dorre korst van de aarde. Bomen en struiken begonnen uit te lopen, en vogels gingen zingen. Vrouwen dansten en waren spoedig gezegend met een gevulde schoot. De aarde herademde, nam een diepe teug van het leven, en straalde en bloeide als nooit tevoren.

Toen Demeter vernam dat haar innig geliefde dochter elke ronde van het jaar voor één derde deel in de onderwereld zou verblijven, verkilde haar hart. Maar Hecate kwam, en zij beloofde om Persephone te vergezellen naar de onderwereld en haar bij te staan met raad en daad. Demeter boog het hoofd en accepteerde de situatie zoals zij was, en schonk haar dochter één van haar gouden fakkels om haar bij te lichten in de onderwereld.

Zo waren voor twee derde deel van het jaar moeder en dochter samen. Persephone liep en danste op lichte voeten , met zoet geurend haar dat wuifde in de wind, en zij zong over blauwe irissen, heldere bronnen en watervallen en blij vliegende vogels. In haar vreugde om Persephone overlaadde Demeter de aarde met haar zegen, en de weiden waren groen en de velden rijk gevuld.

Maar voor één derde deel van het jaar waren zij gescheiden, en Demeter trok zich dan terug in haar grot om te vasten en te wachten op de terugkeer van haar dochter. Onthouden van Demeter’s zegen, trok ook het leven op aarde zich terug, treurend om de afwezigheid van de lieflijke Persephone. In de onderwereld heerste dan Persephone, naast Hades, die haar gemaal was, en met haar beide honden aan haar voeten. De wijze Hecate was altijd bij haar, en was haar trouwste dienaar. Zo groeide Persephone in haar rol als koningin van de onderwereld, en wees met haar fakkel de weg aan hen die in het duister afgedaald waren – maar slechts tot de ganzen overvlogen en haar naar boven riepen, en zij wederom de bloemenmaagd werd.

 


 


 

Verantwoording en bronnen

 

De archetypische verhaalversie van Demeter en Persephone is zodanig geschreven dat een aantal archetypische beelden zo sterk mogelijk tot uitdrukking komen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de rouwende Demeter; de Demeter die opstaat en zich reinigt; de ontmoeting met Baubo, waardoor Demeter haar levenskracht hervindt; en het verblijf van Persephone in de onderwereld en haar ontwikkeling tot een sterke, wilskrachtige koningin van de onderwereld die de geheimen van het duister kent.

Vrijwel alle onderdelen van het verhaal zijn gebaseerd op informatie uit historische en hedendaagse bronnen. Echter, de bestaande bronnen zijn dusdanig met elkaar verweven

dat er een verhaal met geheel nieuwe aspecten is ontstaan.

 

Er zijn talloze versies en aanvullende fragmenten van de mythe van Demeter en Persephone. Ook de gebruiken en rituelen rondom de verering van deze Griekse godinnen verschilden per streek. De kern van de mythe en de verering was echter de jaarlijkse rondgang van de seizoenen, en voor de dieper ingewijden, het mysterie van leven-dood-leven.

Demeter en Persephone waren zogenaamde chtonische godheden: godheden van de aarde en dat wat onder de aarde is. Zij vertegenwoordigden zowel de vruchtbare, leven voortbrengende kant van de aarde, als haar duistere kant waarin ze dat wat vergaat weer in haar schoot opneemt.

Bij de archetypische verhaalversie is gebruik gemaakt van zowel het oorspronkelijke geschreven en beeldende materiaal uit de Griekse oudheid als de hedendaagse wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke interpretaties.

De belangrijkste bron is de Hymne aan Demeter, geschreven door de Griek Homerus, rond 650 v.Chr. (“Homeric hymns”, geen datum). Deze hymne is de meest complete vertelling van de mythe, hoewel er twee delen ontbreken. De algemene verhaallijn en de schrijfstijl – lange, prozaïsche zinnen met veel bijzinnen – zijn aan Homerus ontleend.

Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen en aanvullingen op de hymne van Homerus genoemd.

 

Demeter in de grot

In de archetypische verhaalversie zinkt Demeter neer op een steen, die zwart kleurt. In veel verhalen en overleveringen wordt melding gemaakt van een zwarte steen, met daarop een rouwende Demeter. Deze steen wordt Agelasta genoemd, wat ‘zonder vreugde’ betekent (zie bijvoorbeeld “Demeter”, geen datum). De keuze om deze steen naast of boven een bron te situeren, is niet op bestaande bronnen gebaseerd.

In de archetypische verhaalversie verbergt Demeter zich vervolgens in een grot (in het grieks: Megara, net als de naam van de kloof waarin Persephone verdween). Ook dit komt niet voor in de oorspronkelijke versie van Homerus. De in zwart gehulde Demeter in de grot, rouwend om haar dochter terwijl het land van leven verstoken is, is een bekende voorstelling van Demeter. In deze hoedanigheid wordt ze Melaina genoemd, wat ‘de zwarte’ betekent.

In het oorspronkelijke verhaal verbergt Demeter zich in de grot uit woede op haar broer Poseidon. Tijdens haar zoektocht naar Persephone wordt Poseidon verliefd op Demeter en valt haar lastig. Demeter neemt de gestalte aan van een merrie en verbergt zich in een kudde. Poseidon vindt haar, neemt de gestalte van een zwarte hengst aan en verkracht haar. Demeter reinigt zich in een rivier, de Ladon, trekt zich terug in de grot en baart later een dochter en het mythische paard Areion. Het was de god Pan die haar uiteindelijk vond in de grot. Zeus stuurde vervolgens de schikgodinnen (Moirai) om Demeter te halen (zie bijvoorbeeld “Demeter”, geen datum; “Demeter family”, geen datum).

Het archetypische fragment waarin Demeter de roep van een gans hoort, is in geen enkele bron gekoppeld aan de mythe over Demeter en Persephone. Dit fragment is gebaseerd op een andere vertelling over Demeter, waarbij ze een gans die onder een steen vastzit, bevrijdt. De gans is van haar vriendin Hercyna, en de rivier die aldus uit die plek ontspringt werd de Hercyna genoemd (“Demeter”, geen datum) In een andere bron wordt verteld dat Demeter ervoor gezorgd had dat het water van de rivier de Arkadia, ook bekend als de Styx, liet opborrelen uit de grond (“Demeter family”, geen datum).

Aan het einde van de archetypische verhaalversie komt de gans terug, als teken dat Persephone omhoog moest komen uit de onderwereld. Ook dit wordt in geen enkele bron vermeld.

 

Baubo

Het fragment over Baubo komt niet voor in de hymne van Homerus, maar wordt wel vermeld in twee andere historische bronnen, namelijk de werken van de christelijke kerkvaders Clemens Alexandrinus (rond 200 n.Chr.) en Arnobius (rond 300 n.Chr.). Beide kerkvaders probeerden de oude Griekse godsdiensten te incorporeren in de christelijke religie. In het geval van Baubo, een vertelling over een vrouw die haar geslachtsdelen laat zien, worden de oude godsdiensten door de christelijke schrijvers nadrukkelijk veroordeeld en onderuit gehaald.

Uit de bronnen van de twee kerkvaders is niet op te maken wat Baubo precies tegen Demeter heeft gezegd, en wat Baubo precies aan Demeter liet zien. Er zijn verschillende verhaalversies en interpretaties, zoals een versie waarin Baubo de geslachtdelen van zowel een man als een vrouw heeft en dus een hermafrodiet is (Georgopoulos, Vagenalis, & Pierris, 2003); en een versie waarbij Baubo een kind genaamd Iacchus onder haar rokken vandaan haalt (“Clement”, geen datum; Estés, 1994).

Het maken van schunnige grappen, het optillen van rokken (in het grieks: ana-suromai) en het laten zien van vrouwelijke geslachtsdelen is te vinden in oude gebruiken en verhalen over de hele wereld. Zo is er de Ierse Sheela-na-gig, de Egyptische Hathor en de Japanse Ama-no-uzume, aan wie de archetypische verhaalversie is ontleend. Ama-no-Uzume, de ‘wervelende dochter van de hemel’, haalde de zonnegodin Amaterasu over om weer tevoorschijn te komen uit een grot. Zij had zich daar verborgen uit boosheid op haar broer, de windgod Susanoo. Ama-no-uzume maakte een schildering op de voorkant van haar naakte lichaam en bracht de hele godenwereld, inclusief Amaterasu, aan het lachen (“Baubo”, geen datum).

Godinnen als Baubo en Ama-no-uzume zijn zogenaamde vulvagodinnen, meestal afgebeeld met de benen ver uit elkaar, een overdreven vulva, of met een hoofd dat direct op de benen is geplaatst. In het laatste geval ‘ziet’ de godin dus met haar tepels, dat wil zeggen met haar gevoel, en ‘praat’ vanuit haar vulva, dus vanuit haar meest fundamentele natuur (Estés, 1994).

In de hymne van Homerus wordt wel het personage Iambe genoemd, die vaak in verband wordt gebracht met of zelfs identiek wordt geacht aan Baubo (zie bijvoorbeeld “Godinnen van de lust”, 2007). Baubo, Iambe en Iacchus maakten een belangrijk onderdeel uit van de Eleusische mysterieën; de indrukwekkende rituelen voor Demeter en Persephone die jaarlijks werden opgevoerd (zie bijvoorbeeld “Mysterieën van Eleusis”, geen datum; Turner, 1995).

De drank die Baubo aan Demeter aanreikt is kykeon, waarschijnlijk een hallucinogene drank van gerst en polei die men tijdens de Eleusische mysterieën dronk.

 

Persephone in de onderwereld

Nergens vermeldt de hymne van Homerus hoe het Persephone verging in de onderwereld. De enige informatie die over Persephone wordt gegeven, is het moment waarop ze van de granaatappel eet. In de oorspronkelijke hymne wil Hades niet dat Persephone voor altijd naar de bovenwereld verdwijnt, en daarom geeft hij haar stiekem zaad van een zoete granaatappel te eten. Hierdoor is zij gebonden aan de onderwereld en zal ze terug moeten komen (“Homeric hymns”, geen datum). Andere bronnen vermelden echter dat Hades haar dwong te eten: één, drie of zeven zaden. In weer andere bronnen staat dat Persephone er zelf voor koos om van de zaden te eten, terwijl ze volledig bekend was met de gevolgen van haar daad (zie bijvoorbeeld Bolen, 1986).

De effecten van het eten van het zaad van de granaatappel zijn evenmin beschreven in de hymne van Homerus. De symboliek van het eten van de zaden wordt op twee manier opgevat. In de eerste opvatting staat het eten van de zaden symbool voor het consumeren van het huwelijk tussen Hades en Persephone. Het woord granatus betekent dan ook: rijk aan zaden. De tweede opvatting stelt dat de granaatappel het mysterie van leven en dood vertegenwoordigt, en dat Persephone, door de zaden te eten, deelgenoot is geworden van de geheimen van de onderwereld (Gielen, geen datum).

De hymne vermeldt eveneens niets over de rol van Persephone in haar rol als koningin van de onderwereld. In de Griekse beeldende kunst staat zij afgebeeld op een troon naast Hades, en uit andere mythen weten we dat zij in de onderwereld als gids fungeerde voor bijvoorbeeld Odysseus, Psyche en Herakles (zie bijvoorbeeld Bolen, 1986).

In de archetypische verhaalversie wordt verteld dat Hades twee van zijn zwarte honden schonk aan Persephone. Dit gegeven is uit geen enkele bron afkomstig. Wel is bekend dat Hades jachthonden had, de Erinnyes (Boucher, geen datum). Hecate, die onder meer als godin van de nacht werd gezien, werd in sommige verhalen eveneens vergezeld van honden. Eén van haar namen was Phosporus, ‘draagster van licht’, en net als Persephone toonde zij de weg aan haar volgelingen (“Hekate”, geen datum).

In de archetypische verhaalversie is het Persephone die ervoor kiest om twee derde deel van het jaar bovengronds te leven en één derde ondergronds. In de oorspronkelijke hymne is het Zeus die deze beslissing neemt. Persephone stelt zich in de archetypische verhaalversie dus heel wat sterker en onafhankelijker op.

 


Referenties

 

Baubo. Nissaba: godinnen uit de hele wereld. (geen datum). Opgehaald op 25 augustus 2007 van http://www.nissaba.nl/godinnen/beschrb.shtml#Baubo

 

Bolen, J. S. (1986). Godinnen in elke vrouw: een nieuwe psychologie van de vrouw. Rotterdam: Lemniscaat.

 

Boucher, B. (geen datum). Griekse goden. Opgehaald op 28 augustus 2007 van http://www.icaquarius.nl/mythologie.htm

 

Clement, exhortation 1-2. Theoi Greek mythology: exploring mythology in classical literature and art. (geen datum). Opgehaald op 28 augustus 2007 van http://www.theoi.com/Text/ClementExhortation1.html#2

 

Demeter. Nissaba: godinnen uit de hele wereld. (geen datum). Opgehaald op 25 augustus 2007 van http://www.nissaba.nl/godinnen/beschrd.shtml#Demeter

 

Demeter family. Theoi Greek mythology: exploring mythology in classical literature and art. (geen datum). Opgehaald op 28 augustus 2007 van http://www.theoi.com/Olympios/DemeterFamily.html

 

Estés, C. P. (1994). De ontembare vrouw als archetype in mythen en verhalen. Haarlem: Altamira-Becht.

 

Georgopolous, N. A., Vagenalis, G. A., & Pierris, A. L. (2003). Baubo: a case of ambiguous genitalia in the Eleusinian mysteries. Hormones, 2, 72-75. Opgehaald op 25 augustus 2007 van www.hormones.gr/pdf/baubo.pdf

 

Gielen, P. (geen datum). Persephone’s granaatappel. Opgehaald op 28 augustus 2007 van

http://podium.dolcevitas.com/pluto/pluto-1a.html

 

Godinnen van de lust. (2007). Opgehaald op 28 augustus 2007 van http://my.opera.com/eitaps/blog/iambe-en-baubo

 

Hekate. Nissaba: godinnen uit de hele wereld. (geen datum). Opgehaald op 25 augustus 2007 van http://www.nissaba.nl/godinnen/beschrhek.shtml#Hekate

 

Homeric hymns 1-3. Theoi Greek mythology: exploring mythology in classical literature and art. (geen datum). Opgehaald op 28 augustus 2007 van http://www.theoi.com/Text/HomericHymns1.html#2

 

Mysterieën van Eleusis. Wikipedia, de vrije encyclopedie. (geen datum). Opgehaald op 25 augustus 2007 van http://nl.wikipedia.org/wiki/Mysteri%C3%ABn_van_Eleusis

 

 

Turner, G. (1995). The mysteries of the maiden and the mother. Opgehaald op 28 augustus 2007 van http://www.conjure.com/TRINE/mysteries.html