De droom

 

Het gedicht 'De Droom' schreef ik in 2014 in het kader van een onderzoek. Het is geschreven als een interventie, met het doel om de intentie van mensen op een andere manier te richten. Meer concreet wilde ik proberen om ze uit een oude manier van denken of een oud paradigma te halen.

In het gedicht probeer ik iets invoelbaar te maken dat in mystagogische literatuur bekend staat als een anagogische betekenis. Hierbij gaat het om een betekenislaag in een tekst waarbij de verteller het verhaal niet vertelt vanuit het eigen perspectief, maar waarbij het perspectief bij iemand anders ligt. In een christelijke context ligt dat perspectief dan bij God, als de eigenlijke verteller van het verhaal (zie bijvoorbeeld A. de Jong-Van Campen, Mystagogie in werking, 2009).

Ik heb me bij het schrijven van dit gedicht laten inspireren door de mystiek van Meister Eckhart.

 

 

De droom 

 

Ik sluit mijn ogen,

En ik sluit mijn oren,

En ik voel het kloppen van mijn hart.

Beelden, zij verdwijnen

Zijn fluisteringen in de wind.

En de muziek, ach ik weet:

Daarachter kan slechts de stilte zijn.

 

En daar, in de stilte

Ben ik thuis

Ik ben nooit niet thuis

Geweest

 

Ik was een kind, en ik speelde

En ik droomde van vogels

In een bos van goud.

En ik was de wind,

En ik ging, over land

En over de oude zee

Over bemoste heuvels

En over de wortels

Van stille bomen

En ik hoorde het ruisen

Van het riet.

 

Ik droomde van mijzelf

En van alle mensen

Ik droomde van een samen

Zonder oordeel en verwijt.

 

En ik droomde dat ik

Al het andere was

Ik was het riet

En de zingende vogels

Ik was de boom

In het oude bos.

 

Ik was de rimpelige handen

Van de oude vrouw

Ik was de gebroken stem

Van de man vol verdriet.

Ik was het meer,

Volgelopen met tranen

En ik was de berg

Vol eeuwige kracht.

 

En toen droomde ik

dat ik lachte

Een lach die ook

Gisteren en morgen klonk

Ik droomde dat alles

Wat ik droomde

Niet alleen nu was

Maar altijd al

Was geweest.

 

En ik droomde...

 

En ik droomde.

 

En ik was thuis,

In en met mijzelf

En in mij

Kwam de wereld tot leven

Ging zomaar

Door mij heen

Zocht zich een weg

Om zich te tonen

Een geboorte

Vanuit de eeuwigheid.

 

En mijn hand

Werd zacht

Werd fluisterend, koesterend

Toegesproken

Door een levend,

Kloppend hart.

 

En ik begon te schrijven

Een verhaal

Dat zichzelf

Altijd al geschreven had.

 

En ik schrijf....

 

En ik schrijf.