Melanoom

Lieve Etty,

 

Aan het begin van dit schooljaar koesterde ik de hoop dat het nu dan toch eindelijk eens een rustig jaar zou mogen zijn, na jaren van turbulentie. De rust duurde een maand. Mijn appartement in Arnhem kwam te koop te staan, mijn man en ik kochten samen een nieuwbouwhuis in Cuijk, en toen bleek ik een melanoom te hebben: een zeer ernstige vorm van huidkanker.

 

De toekomst werd even on hold gezet: die mooie toekomst samen in Cuijk, daar aan dat serene water met die gekke waterkoeten, was verworden tot een vraagteken. 

Mijn aandacht versmalde tot mijn ziekte, wat een wereld op zich bleek te zijn: de ervaring van vaak in een ziekenhuis zijn, de aanblik van zieke en soms heel zieke mensen, eindeloze labyrintische ziekenhuisgangen naar evenzovele ziektebeelden en behandelingen, deprimerende statistieken over melanomen, beslissingen nemen over behandelingen, leren om te wachten op een uitslag, leren om niks te kunnen doen, leren om de aanblik van een been met een groot litteken te kunnen verdragen, leren dat je elkaar verliezen kunt, leren beseffen dat het leven echt -echt- eindig is en dat het zomaar voorbij kan zijn.

 

Vanuit dat aandachtsperspectief kwam het leven heel anders aan het licht. Het is zo'n inkopper, maar daarom niet minder waar. De eerste drie dingen waar ik me bewust van werd, waren: (1) het goed hebben met de mensen om mij heen is belangrijk; (2) genieten van de natuur is belangrijk; (3) werk is eigenlijk zo ONbelangrijk. Ik verbaasde me vooral over die klaarblijkelijke waarde van de natuur. Met het plotselinge perspectief van een mogelijke dood werd elke boom, elk blaadje, elke bloem voor mij zo kostbaar. Dat dit er zomaar is en ik daar zomaar van kan genieten, dat verscheen als een voorrecht, een enorme schat. Dat die boom daar er misschien nog staat als ik er niet meer ben; dat die wolken over honderd jaar nog steeds in dezelfde lucht drijven; dat die zon daar straks nog steeds schijnt - ik kan bijna niet onder woorden brengen hoe oneindig kostbaar dat plotseling werd en nu nog steeds is.

 

De uitslag kwam, en hij was goed. Ik was 'schoon', zoals dat heet.

De dag erna stortte ik zowat in. Moe, moe, moe. 

Dat is nu een paar weken geleden. Als ik terugkijk op deze periode, zie ik hoeveel moeite ik heb gehad om weer enige oriëntatie te vinden in mijn leven. Ik merk wat mijn geest probeert te doen: de touwtjes in handen nemen, het leven op een veilige manier organiseren, zoveel mogelijk dingen zeker stellen en perfect maken, zoveel mogelijk onwenselijke en bedreigende dingen voor zijn. Het put me uit. Iets zegt me dat het streven van mijn geest tegen het leven ingaat. Veiligheid bestaat niet. Maar waar, zo vraag ik me af, vind ik dan mijn rust?

 

Ach, lieve Etty, is niet heel het leven van de mens een zoektocht naar waar men waarlijk thuis kan zijn? Zelfs de Christus verzucht: "De vossen hebben hun holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft zelfs geen steen, waar hij Zijn hoofd op kan laten rusten.”

Ik weet niet waar ik mijn rust vinden kan. En toch voel ik rust, vandaag. Het is een gevoel van dicht bij mijzelf zijn, wat dat 'zelf' dan ook moge zijn. Het is een gevoel van helderheid: hier, in deze richting, ligt mijn taak, mijn verlangen, mijn opdracht, mijn zijn. Het is gevoel waarbij alles wat 'moet' afwezig is. Het is een gevoel van in het diepe springen, zonder te weten wat daar zal zijn, maar met een zeker weten dat dit het juiste is om te doen. Het is een bepaalde compassie met de kwetsbaarheid van het bestaan en van mijzelf, en tegelijkertijd een verrukking om het ongelofelijke dat het leven bieden kan, in kansen en mogelijkheden, geluk en rijkdom. Het is een gevoel van ontvankelijk zijn, van open staan voor wat zich aandient, vanuit een houding van vertrouwen, alsof mijn 'ik' en het leven doorlopend gezellig met elkaar aan het keuvelen zijn. Het is... een gevoel van dankbaarheid, denk ik, van er mogen zijn, er als mijzelf mogen zijn, er samen mogen zijn met geliefde anderen, en te mogen wandelen over deze werkelijk prachtige aarde. 

 

Rust heeft te maken met aanwezigheid, denk ik. Iets heeft me aanwezig gebracht vandaag: was het die prachtige autobiografie van Karen Armstrong, of dat fascinerende nieuwe album van Biosphere? Of was het mijn menstruatie misschien, die krachtige maandelijkse impuls die al het 'moeten' voor even compromisloos verbant?

Ik weet het niet. En dat is prima. Waar het om gaat is dit moment, hier nu bij jou, lieve Etty, met in de lucht de zoete belofte van de lente, de boomknoppen die langzaam zwellen en opengaan, en het wiekende geluid van overvliegende ganzen.

 

Liefs,

 

Angela