Nice: ik wilde naar de zee luisteren

Lieve Etty, 

 

Alle media staan bol van de berichtgeving over de recente gebeurtenissen in Nice. Onze wereld schudt en beeft, lieve Etty, zoals jouw wereld schudde en beefde ten tijde van de tweede wereldoorlog. En toch schreef jij, tijdens jouw periode in het concentratiekamp: “Wat is het leven toch mooi.” Hoe kan dat?

 

Ach, ik weet het ook niet, wat ons als mensheid te doen staat. Maar ik heb wel een idee over de richting waarin we zouden kunnen zoeken.

Vanochtend las ik in één van de krantenartikelen over Nice een uitspraak die me zeer trof. Een Française, Emilie, zei in een interview: “Ik wilde naar de zee komen luisteren, omdat ik even geen meningen meer wilde horen.”[1]

Meningen. Ja, wat zijn we daar goed in. Het is een erfenis van de Verlichting, wellicht, dat we ons verstand zo overmatig inzetten in welk levensdomein dan ook. We zijn er ook goed in, vandaag de dag, om ons onderbuikgevoel te laten spreken.

Geen van tweeën, echter, heeft in mijn ogen iets van doen met wijsheid. Wijsheid is iets anders. Wijsheid is om in een concentratiekamp te kunnen zeggen: “Wat is het leven toch mooi.”[2] Wijsheid is de dingen voluit aan kunnen kijken, de diepte van de emotie toe kunnen laten, de rationele feiten kennen, en dan toch nog kunnen zeggen dat het leven zinrijk en prachtig is, ja, rechtvaardig zelfs.[3]

 

Ik heb jouw brieven er nog eens op nageslagen. Ergens schrijf je: “Zoals die barak daar soms ’s nachts lag onder die maan, gemaakt uit zilver en uit eeuwigheid: als een stukje speelgoed, ontgleden aan Gods verstrooide hand.”[4] Jij zag schoonheid te midden van de onmenselijkheid.

Ik vraag me af wat Emilie hoorde, toen zij naar de zee kwam luisteren, daar op die verstilde Franse boulevard. Misschien zocht zij gewoon de stilte te midden van oorverdovende meningen. Maar voor mij is haar uitspraak een metafoor voor de richting waarin ik zoek, deze dagen. Het luisteren naar de zee heeft dezelfde betekenis als dat beroemde citaat van Antoine de Saint-Exupéry: "Alleen met je hart kun je goed zien, het belangrijkste is onzichtbaar voor de ogen". Deze wijze van luisteren en zien doet geen aanspraak op onze rationaliteit noch op ons onderbuikgevoel. Het is een open-zijn voor wat is.

 

Ach Etty, ik weet ook niet zo goed hoe ik je uit moet leggen wat ik bedoel. Maar ik geloof werkelijk dat hier een belangrijk aanknopingspunt voor ons mensen ligt. Meningen, rationalisaties en onderbuikgevoelens isoleren, verharden, maken mensen tot monaden of monadische groepen. Elk standpunt wordt tot een eilandje van tijdelijke vaste grond, een grond om te handelen, te verklaren, te beheersen wellicht.

Open zijn voor wat is, daarentegen, verbindt, maakt zacht, maakt ontvankelijk. Wat zich dan aandient is geen zeker-weten, geen vaste grond. Het is eerder een directe vorm van in het leven staan, waar alles een stem en een innerlijk heeft: de maan, de barak, de zee.

 

Ik weet niet wat de zee fluistert, daar in Nice, in relatie tot die vreselijk gebeurtenissen. Wat ik wel weet, is dat de zee altijd fluistert van eeuwigheid, zoals de maan dat ook doet. En in het schijnsel van de eeuwigheid groeit mildheid ten aanzien van wat is. Het antwoord op wreedheden kan niet vergelding zijn, willen we niet een eeuwig verhaal van geweld creëren.



Liefs, 

Angela

 



[1] Vermaas, P. (2016). Frankrijk is de wanhoop nabij. In nrc.next, 16 juli 2016, p. 4 & 5.

[2] Gaarlandt, J. G. (samenst.) (2009). Het verstoorde leven: Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943. Amsterdam: Balans. P. 197

[3] Ibid., p. 191

[4] Ibid., p. 195