Kloostermoment

Lieve Etty,

Het is zomer. De lucht is blauw en buiten zindert en knettert het. Als ik fiets, is het alsof ik door een föhn rij. Maar ook ben ik zo ongedurig als wat. Iets in mij roert zich en eist een kloostermoment op.

Ik kan me niet herinneren of jij je ook wel eens zo ongedurig hebt gevoeld. Ik hoop het, want als jij ongedurigheid kent, mag die van mij er plotseling ook zijn. Misschien moet ik jouw woorden er nog maar eens op nalezen en mijn eigen ongedurigheid daarmee van een legitimatie voorzien. 
Maar wellicht is het wijzer om mijn ongedurigheid niet te belasten met mijn oordeel, en in plaats daarvan te zoeken naar wijsheid. Ach, ik weet ook wel waar het mee te maken heeft. Langzaam maar zeker heb ik mijn leven opgevuld met allerhande 'moetens': dat wat nog moet voor werk, huis, beweging, zelfs ontspanning. Immers, als ik mijn tijd nuttig besteed, moet ik me toch wel nuttig en voldaan voelen, nietwaar?
Maar helaas, de dag vraagt niet aan mij om nuttig te worden besteed. Zij vraagt aan mij dat ik haar zie en hoor, voorbij alle moetens. Zij vraagt om stilte en aandacht voor wat is, en niet voor wat moet. Zij vraagt om een kloostermoment. In mijn hoofd hoor ik mijn bevriende kloosterzuster spreken, en als ik goed luister ook mijn coach: dit stilstaan, deze verdieping vormt de kern van mijn wezen. Ik kan het niet ontlopen en het eist met steeds luider wordende stem haar plek in mijn leven op. Wat zou jij doen in zo'n geval?
Lieve Etty, misschien moet ik maar eens ophouden met zelf aan het woord te willen zijn en de dag laten spreken. Zo spreek ik geloof toch het beste.

Zomer

De zomer zindert en knispert
Knettert op dat oude weefgetouw
Vogels, stilgevallen 
En vissen, traag bewegend
In het diepe water van de rivier
Wachtend op een wolk,
Een zucht van wind of van
Regen misschien.

Elk stap van mijn bestofte voet
Gaat over de oude aarde,
En ik weet: 
Daar waar zij mijn voetzolen kust 
Verstilt zij, en
Verjongt zij, en
Ontkruipt aan de stuurse tijd.

De aarde lacht
En mijn voetzolen tintelen
En heel in de verte
Zie ik het schitterende weefsel
Van de zon die bloedrood
Ondergaat.


Liefs, 
Angela