De stilte van de lucht

Lieve Etty,

 

De agressie en de polarisatie tussen mensen neemt toe in onze samenleving. De hufterigheid op social media viert hoogtij, onze politici krijgen doodsbedreigingen, gemeenteambtenaren stappen op omdat hun gezin wordt bedreigd door AZC-nee aanhangers. Maar als ik omhoog kijk naar de lucht, lees ik daar een merkwaardige stilte: de lucht staat letterlijk boven datgene wat de mens doet.

 

Het doet me denken aan de tijd dat jij in Amsterdam woonde, en Joden steeds minder bewegingsruimte kregen. Op een gegeven moment mochten jullie niet meer in bepaalde winkels en café’s komen en zelfs de parken waren verboden. En wat deed jij? Jij keek naar boven en zag dat de hemel nog net zo schoon was. Daar vond jij ruimte; boven je, en niet in de begrenzingen om jou heen.

Ik weet niet hoe het jou gelukt is om de liefde in jezelf te bewaren, ten tijde van de tweede wereldoorlog, en niet in angst ten onder te gaan te midden van zoveel haat. Het antwoord ‘dat jij God hebt gevonden’ vind ik onbevredigend, want dat roept ogenblikkelijk de onbeantwoordbare vraag op: wie of wat is God?

Maar wat ik wel zie, is hoe jij een veranderingsproces hebt doorgemaakt. In die oorlogsjaren werd jij een ander mens. Sommigen zouden zeggen: die verandering, of die transformatie, dat is wat God doet. Ik kan het dus in ieder geval dichter bij huis zoeken en mezelf de vraag stellen: hoe verander ik zelf, in deze tijd, die net zo goed agressie en polarisatie kent als in jouw tijd?

Ik geloof dat mijn antwoord zou zijn: ik verander in die zin dat ik mijn eigen angst leer kennen. Het me denken aan het aloude ‘Ken Uzelf’, dat ik in dit verband zou willen herformuleren als: ‘Ken Uw Eigen Angst’. Agressie en polarisatie hebben effect op mij, omdat het in mij een aangrijpingspunt vindt. Dat aangrijpingspunt is mijn eigen angst. Zolang ik die niet heb aangezien, is die angst onbekend, onbegrensd en ongelimiteerd. Het kan huizenhoge proporties aannemen. En voor ik het weet, neemt een medemens die zich hufterig gedraagt de proporties aan van mijn eigen onbegrensde angst.

 

Ik kijk wederom omhoog naar de stille lucht. Zij is blauw vandaag, van dat heldere blauw dat je ook in de zomer kunt zien. Ik zie wolken met grijze en diepblauwe stukken. Nooit zal de hemel er weer zo uit zien. Ik weet alleen dat de wolken zullen blijven komen en gaan; dat de hemel soms helderblauw zal zijn en soms ook niet.

En zo wordt de lucht tot een spiegel. Ik voel mijn eigen angst, maar in de stilte van de lucht zie ik het andere perspectief: de mogelijkheid van een niet-aangedaan zijn door angst. Mijn angst lijkt dus ongelimiteerd, maar is dat niet. Er komt een ruimte om de angst heen. En vanuit die ruimte kan ik haar leren aanzien – en veranderen.