Verandering

Lieve Etty,

 

O, die behoefte om plotseling weer te schrijven. Ik zit in de trein, op weg naar Zwolle om daar een dubbelcollege wetenschapsfilosofie te geven. Het regent en de wereld oogt zo grijs, maar o, wat heb ik een knus gevoel van binnen. De kerstperiode verlengt zich nog wat in mij, zo lijkt het.

 

Het spijt me dat ik je zo lang niet heb geschreven. Schrijven is soms een kwestie van discipline, jazeker. Maar vaker, in ieder geval daar waar ik echt iets te zeggen heb, lijkt het of het verhaal MIJ disciplineert. Schrijf!, dondert het dan ergens binnenin. Een gedachte die perse geboren wil worden, en blijkbaar lang genoeg in de spelonken van mijn innerlijk vertoefd heeft.

 

Welnu: wat is het deze keer, dat mij oproept te schrijven? Ik geloof dat het een gevoel van dankbaarheid is. Zojuist reed de trein langs Arnhem-Zuid, de plek waar ik tot een paar jaar geleden gewoond heb. In de vijf jaren dat ik daar woonde heb ik diepe groeven door het landschap getrokken. Elk pad, elk stukje van de uiterwaarden, elke flat aan de horizon is doortrokken met betekenissen. Betekenissen die tot voor kort nog zo zwaar aanvoelden: vol van afscheid, vol van niet uitgekomen dromen, vol met dichtgeslagen deuren en het sterven van alles wat in mijn leven was. Nee, er leek niet veel over te blijven in die tijd.

Maar het leven ging verder. Ik ging verder. En vanochtend stapte ik dus in de trein, op weg in een nieuw, vers jaar, en daar reed ik weer langs hetzelfde Arnhem-Zuid. Dat opengeslagen, doorkliefde en doorploegde boek; een landschap dat alleen ik zo kan lezen. Tot ik plotseling tot de ontdekking kwam dat ik het landschap anders las. Ik zag diezelfde paden, dezelfde huizen en koeien in de uiterwaarden. En ik dacht: dankbaar! Dankbaar dat ik daar zoveel mooie dingen mocht meemaken! Dankbaar om de mooie gesprekken, de prachtige wandelingen, de oliebollen van de bakker daar in dat winkelcentrum. Dankbaar voor die aardige buren, voor het veulentje dat ik ooit in de uiterwaarden vond, voor de inspiratie die ik er opdeed toen ik nog voorging bij uitvaarten. Dankbaar, ja zo intens dankbaar, voor het landschap daar, dat meewerkte om mij open te breken, open te vouwen, tot – ja, tot wat, of wie?

 

Wat is dankbaarheid? Misschien is het het besef hoe het leven weer nieuwe sporen kan trekken. Niet alles hoeven we zelf te doen, niet alles kunnen we ook zelf doen. Hoe kwam ik van ‘daar’ naar ‘hier’, van ‘toen’ naar ‘nu’? Uiteindelijk, zo komt het mij voor, is er iets in mij veranderd. Ik ben het, die het boek van het landschap in Arnhem-Zuid nu plotseling anders leest. Heb ik mijzelf veranderd? Ik zou eerder zeggen dat het een verandering is die aan mij gebeurd is. In mijn achterhoofd klinkt de oude stem van mijn favoriete mysticus Meister Eckhart: “zo word ik in Hem veranderd.” Dat wat aan mij verandert, zo zou Eckhart zeggen, is het werk van God. En vandaag, met het zicht op de mistige weilanden en de schimmige bomen, en met dat stille geluk dat in mij woont, kan ik dat geloven.