Bidden

Lieve Etty,

Heel graag zou ik het eens met je willen hebben over bidden. Soms komt het me voor dat het gebed misschien de enige manier is waarop ik werkelijk een levensvatbaar antwoord zou kunnen geven op de wreedheden van deze tijd. 

Ergens in jouw dagboeken schreef je dat een boek zou willen schrijven met als titel 'het meisje dat leerde bidden', of 'het meisje dat leerde knielen'. Je schreef over jouw gevoel zomaar te willen neerknielen, uit dankbaarheid voor wat was. Ook in de tijd dat de joden het leven onmogelijk werd gemaakt, ten tijde van de tweede wereldoorlog; en zelfs in de tijd dat je in een concentratiekamp verbleef. Je vond het leven zo rijk, temidden van alle ellende. Ik herinner me jouw lyrische beschrijving van dat gele lupineveld; het geluk en de rijkdom die je daarbij voelde.
Dat gevoel, van zomaar te willen knielen, heb ik niet. Het is meer zo, denk ik, dat ik werkelijk niet weet wat te doen en dat het gebed steeds meer oplicht als enige mogelijkheid. Maar wat is de betekenis daarvan dan, vraag ik me af: het gebed als vluchtroute of als wijsheid?

Het lijkt wel alsof ik geen filter meer heb voor de nieuwsbeelden en -feiten die langskomen. De vluchtelingen, de demonstraties, het geweld, de aanslagen. Het lijkt alsof er vanuit de mensheid een steeds harder geroezemoes opklinkt van discussie, meningsverschil, strijd. Wie is de mens, zo vraag ik me telkens opnieuw af. En hoe kan ik leren om vertrouwen te hebben in die mens, om hoop te houden voor de mensheid? Ik heb niet veel hoop, op het moment. Ik kan nu ook steeds beter die verzuchting van historici begrijpen: dat de mens niets leert van zijn geschiedenis.
Maar dan denk ik tegelijkertijd: als het mij al niet lukt om hoop, vertrouwen te vinden, daar waar ik leef in een van de veiligste landen ter wereld; hoe moeten de mensen in conflictgebieden dat dan vinden?

En zo kom ik bij het gebed. Bij elk nieuwsfeit over oorlog en geweld krimpt er iets in mij ineen; wordt tot een weerloos kind. Ik voel angst en pijn en verdriet. Dat is mijn reactie vanuit de mens die ik geworden ben. Zolang ik als kind blijf reageren, zal de wereld niet op een andere manier aan mij verschijnen, en een plek blijven waar mensen elkaar de vreselijkste dingen aandoen. Maar het gebed, dat is niet gebaseerd op het kind in mij. Het gebed, dat is niet iets dat 'ik' doe, alsof ik een kinderlijke vraag stel aan een abstracte Schepper. Het gebed is eerder iets dat in mij gebeurt. Iets in mij voert een gesprek met het leed van de wereld, het leed van hedendaagse mensen. En dat is een ander soort gesprek dan dat gebaseerd op angst en pijn. Ik vraag me af of ik langzaam zou kunnen leren om dat innerlijke gebed te gaan verstaan, door de angst en de pijn heen.

En wat is dat de waarde van dat gebed? Dat is niet slechts om mijzelf voor even wat beter te kunnen voelen, of mezelf toe te rusten met een vriendelijker mens- en wereldbeeld. Ik denk dat het gebed een van de meest onbegrepen fenomenen ter wereld is. De auteur Julia Cameron spreekt in haar boek The artist's way over spirituele electriciteit in een ecosysteem. Dat is een metafoor die mij aanspreekt. Bidden, in de zin zoals ik dat bedoel, is nooit een private aangelegenheid, maar staat altijd in verbinding met al het andere.
Misschien wordt het voor de mens tijd om eens samen te gaan bidden, niet als een escape, noch als een kinderlijk geloof in een Schepper die dan alles 'goed' maakt, maar een bewuste manier om uit de collectieve kramp van angst, boosheid en onrecht te kunnen treden.