Aylan Kurdi

Lieve Etty,


Deze zomer las ik voor de tweede keer jouw dagboeken, en op de een of andere manier zijn jouw woorden blijven hangen. Ze lijken me zo actueel, temidden van alle gebeurtenissen van deze tijd: vluchtelingenstromen, de dood van Aylan, de wreedheid van IS. Wat moet een mens daarmee? 


In jouw tijd ontmoette je evengoed het kwaad, als je dat zo zou kunnen noemen, in de vorm van de holocaust. En ook jij moest je hiertoe zien te verhouden; jij, de joden en de rest van de wereld. Het doet me denken aan die woorden uit Lord of the Rings, wanneer Arwen tegen Aragorn zegt: "You will face the same evil". Wij ontmoeten hetzelfde kwaad als jij, maar dan in een andere vorm.

 

Ik weet nog niet hoe ik me tot het hedendaagse kwaad kan verhouden, hoewel ik misschien wel een richting bespeur. Ik geloof dat ik me alleen op een goede manier zou kunnen verhouden tot het kwaad van bijvoorbeeld IS, wanneer ik geleerd heb om dat kwaad niet langer te zien als iets dat vreemd aan mij is. Dat wat zij doen leeft net zo goed in mij - hoewel in heel afgezwakte vorm, naar ik hoop.

 

Vorige week schreef ik een gedicht; ik hoop dat je het goed vindt dat ik het je laat lezen. Het waren de enige woorden die ik kon zeggen na de dood van Aylan:

 

 

Geachte mijnheer Kurdi,

 

Het spijt me van de dood van Aylan,

Van Galip en van Rehan.

Het spijt me van uw verscheurde land,

Van de wrede zee,

Die de mooiste mensen genomen heeft.

Het spijt me dat er mensen zijn

Die profiteren van andermans nood

Het spijt me dat onze politici

Eerst regels nodig hebben alvorens

Tot handelen over te kunnen gaan.

Het spijt mij zo, 

Al die eindeloze ellende,

Alle angst en alle geweld.

Wat spijt me dit alles,

Zo ontzettend veel ---

Spijt; het is het enige woord

Dat ik nu werkelijk spreken kan

In het volle besef dat ik net

Zoveel mens ben als u,

En al die anderen van wie we zeggen

Dat zij zoveel leed berokkenen.

Er is maar 1 mensheid

En als mensheid hebben wij

Nu de mooiste mensen verloren.

Ik hoop dat u mij horen kunt,

Zo over zee en over land,

Maar we leven onder dezelfde lucht

En dezelfde verre zon.

Ik ben mens met u.